Sunday, January 29, 2017

On Justinian von Welz who died in Suriname

Groessel, the German editor of Welz's writings, comments,

'Thus died Justinian von Welz, lonely and forsaken, a sacrifice to his own self-elected calling, an enlightening model for all time of faithful courage and joyful readiness to give all - even one's life - for the sake of Christ.'

Probably in Groessel, Justinianus von Weltz, der Vorkaempfer der lutherischen Mission

Saturday, January 7, 2017

De Levende Minerva van Utrecht

Het boek Eucleria wordt in veel artikelen en boeken die ik inmiddels over dit specifieke onderwerp gelezen heb, opgevat als de verantwoording van Anna Maria van Schurman's radicale keuze tegen de wetenschap en voor de sectarische beweging van Jean de Labadie. Een lezing die mij vanaf het begin niet kan bekoren. Intuitief voel je aan dat er ergens iets niet klopt. Er moet een betere verklaring zijn voor Anna Maria van Schurman's keuze voor Jean de Labadie en een meer inhoudelijke beoordeling van haar verantwoording in het boek Eucleria.

Het zeer lezenswaardige reisverslag van Jasper Danckaerts en Peter Sluyter in Amerika laat zien dat de labadisten wel degelijk aansluiting bleven zoeken bij de gereformeerde kerken. Ook de lovende woorden en correspondentie van Campegius Vitringa, de gerespecteerde hoogleraar uit Franeker, met zowel Jasper Danckaerts als Pierre Yvon, bewijzen dat de 'labadisten' zich wel degelijk, ook wetenschappelijk, bleven ontwikkelen.

Enkele dingen vallen op als je over haar leest. Het feit dat ze op een voetstuk geplaatst wordt door Voetius. Ze mag als een 17de eeuwse Pindar een gedicht schrijven bij de opening van de Universiteit van Utrecht. Ze wordt door Daniel Heinsius, de eerste hoogleraar poezie en politicologie in Leiden, geprezen als de levende Minerva van Utrecht. Ze lijkt vooral een onbereikbaar symbool of Mascotte van het 17de eeuwse burgerschapsideaal te moeten worden.

Tegelijkertijd heeft ze een innige vrienschap met de befaamde theoloog Andre Rivet en zijn nichtje Marie du Moulin. In het verslag dat Marie van het sterfbed van haar oom geeft, wordt ook Anna Maria van Schurman met naam en toenaam genoemd. De vriendschap tussen deze twee lijkt soms enigszins erotische trekjes te vertonen. Marie du Moulin lijkt in ieder geval haar vriendin, via oudtestamentisch realisme uit haar Grieks mythologische dwangbuis, in het hier en nu te willen trekken.

Een vraag die onwillekeurig opkomt als je nadenkt over de periode voorafgaand aan haar radicale keuze voor Jean de Labadie, is waarom ze zo befaamd werd. Wat was haar concrete bijdrage aan het wetenschappelijke debat? Waarom was men zo tot haar aangetrokken?

In plaats van een afrekening met haar verleden, gaf ik er daarom vanaf het begin de voorkeur aan Eucleria als een explicteren van en logisch voortbouwen op haar denken dat zich ontwikkeld heeft in de loop der jaren. Als ze zich voorneemt het voorbeeld van Paulus te volgen, dan resoneert daarin mee haar dichterlijke reputatie als de Minerva van Utrecht. Zelf zou ik liever zeggen, de Pindar van Utrecht. Het dagboek en leiderschap van Jasper Danckaerts doet in dat opzicht dan ook sterk denken aan Eucleria. De nadruk op het vormen van sterke, onafhankelijk, mondige burgers, als voorwaarde voor een stabiele samenleving, deelt ze met Jean de Labadie. De Labadie, voormalig decaan van de Academie in Montauban, formuleerde al in Orange een alternatief tegenover de door Hobbes geformuleerde visie in Leviathan. Haar rol als 'levende minerva' heeft ze haar hele leven willen blijven spelen. Wat dat betreft reflecteert ze precies datgene wat de grondleggers van de eerste universiteiten van Nederland voor ogen stonden. Wat betreft de politieke rol die zij voor zichzelf opeist is er continuiteit en geen breuk wanneer ze zich aansluit bij en uitspreekt voor Jean de Labadie.

Haar Eucleria doet mij dan ook sterk denken aan het boek Life of Lady Grey van de Italiaanse predikant in London, Michelangelo Florio, dat aan het begin van de zeventiende eeuw ook in Nederland gedrukt is (in Zeeland bij Richard Schilders). Bekend is in ieder geval dat Lady Grey een sterke indruk op haar gemaakt heeft. In een passage op bladzijde 52(Hoofdstuk 2 van Eucleria) van haar Eucleria lijkt zij te verwijzen naar Lady Grey als ze over een  bloedgetuiginne spreekt.Tegelijkertijd schijnt dit boek van Michenagelo Florio niet zozeer een biografie te zijn, maar een theologische verdediging van het begrip predestinatie. Het komt mij voor dat Anna Maria van Schurman met Eucleria iets vergelijksbaars beoogt.

In plaats van een afwijzing van wetenschap, is het boek een verdediging van haar opvatting van wetenschap zoals zij die in de loop der tijd ontwikkeld heeft. Een curieuze verwijzing naar Exodus 3:14 in Eucleria kon ik na een eerste lezing niet goed plaatsen. Maar via een studie over De uniciteit van God en de relationaliteit van de mens De relevantie van Augustinus voor de hedendaagse theologie door Maarten Wisse, kwam ik op het spoor van een interessante mogelijkheid. Deze bekende passage uit Exodus 3:14 speelt namelijk een belangrijke rol in het denken van Augustinus. En dat brengt ons bij de controverse rond Descartes die op Nederlandse universiteiten zo'n grote rol gespeeld heeft in de zeventiende eeuw. Brita Rang's schrijft in het boek 'Choosing the better Part' in het artikel 'An exceptional mind' bijvoorbeeld:

'This is not the place to discuss the fact that Van Schurman's friend Colvius exchanged ideas with
Descartes about similarities between 'cogito ergo sum' and a passage in St. Augustine.'

Herlezing van het bewuste hoofdstuk bevestigt mijn vermoeden dat Anna Maria van Schurman zich hier nadrukkelijk mengt in een epistemologische discussie. In plaats van zich terug te trekken of er voor weg te lopen, lijkt haar Eucleria daarom juist een eerlijke en heldhaftige poging van Anna Maria van Schurman om haar positie te bepalen in het debat dat zich rond Descartes heeft ontsponnen, en dat zij daarbij nadrukkelijk aansluit bij Augustinus. In haar Dissertatio benadrukt Anna Maria van Schurman nog het belang van talen, rhetorica, logica en physica voor het bestuderen van de Bijbel. In haar Eucleria rekent ze hier nadrukkelijk mee af. Zou je dit niet ook moeten lezen als een afrekening met de Aristoteliaanse opvatting over filosofie die door Voetius werd aangehangen? Het lijkt erop dat ze tot de conclusie gekomen is dat de Aristoteliaanse filosofie geen afdoend antwoord gaf op de vragen die Descartes stelde en daarom een eigen alternatief antwoord ontwikkelde, waarbij ze nadrukkelijk aansluit bij Augustinus. Het zou volgens Brita Rang mogelijk kunnen zijn dat Anna Maria van Schurman in haar positiebepaling ten opzichte van Descartes, aansluit bij de opstelling van Andre Rivet. Roothaan schrijft dat Anna Maria van Schurman noch als Cartesiaan, noch als Voetiaan kan worden omschreven.

Het loont daarom de moeite voor kenners van het werk van Augustinus en Descartes om de Eucleria eens vanuit deze invalshoek te benaderen. Temeer omdat de invloed van Augustinus op het werk van Descartes, direct of indirect, de afgelopen 50 jaar in Frankrijk een flinke hoeveelheid aandacht gehad heeft(W. O Neill). Etienne Gilson doet een aantal zeer interessante uitspraken in dit verband. Een quote in een boek van Stephen Menn over Descartes & Augustin uit 2002:

Gilson continues to insist that the systematic expression of Descartes' thought, although not its animating spirit, is influenced by Augustine, and by the Augustinianism of Descartes' Oratorian friends: he thinks that Descartes made use of the Oratorians' Augustinian metaphysics, but that he transformed it radically in using it for his own ends.'

Stephen Menn's summarizes:

'Augustinianism is essenetially incomplete, and its value is not in any scientific contributions but precisely in reminding us of the incompleteness of human reason. Augustinian philosoph is valuable for its "spirit", as a discipline of intellectual devotion, but when it lives aside this "spirit" and sets itself up as a precise scientific system, and thus as a rival to Thomism, Gilson is quick to denounce it as a corruption.'

'The conclusion of Gilson and Gouhier, that Descartes' thought is radically anti-Augustinian, follows directly form their interpretation of Augustinianism as a certain "spirit," as Christian devotion expressing itself through reason.'
Dat er een sterke relatie bestaat tussen de volgelingen van Augustinus(de Jansenisten) in Frankrijk en Jean de Labadie is vrij gemakkelijk te achterhalen. Een interessant artikel dat de tegenstellingen en overlap samenvat tussen Jansenisme en Cartesianism: What has Cartesianism to do with Jansenism?